Archive for November, 2006

Wanneer

Thursday, November 9th, 2006

Wanneer koeien niet meer loeien,
Er geen margrietjes meer bloeien,
Dan wordt het leven saai.

Als kinderen niet meer spelen,
Merels niet meer kwelen,
En violisten niet meer strelen,
Dan gaat het leven snel vervelen.

Maar uit de radio klinken nog steeds mooie melodieën,
Gecomponeerd door vele genieën.
Al dan niet van een pakkende tekst voorzien,
Behorend tot de top-100 aller tijden of de top-10.

Dat soort dingen maken het leven de moeite waard,
Zo ook die ene leuke wenskaart.
Ze geven het leven toch wat fleur,
Toch iets waar ik een beetje van opbeur.

En zo zijn er tal van dingen,
Die een mens doen zingen.
Iets wat je toch alleen doet wanneer je vrolijk bent,
Maar misschien dat u wel een zingende chagrijn kent?

Crooswijk

Thursday, November 9th, 2006

Crooswijk

Dit wordt een echt Crooswijks bericht,
In dit deel van Rotterdam aanschouwde ik voor het eerst het levenslicht.
Daar heeft mijn wiegje gestaan,
Maar mijn ouders namen al snel de laan.

Zij verhuisden met mij en m’n broertjes naar Rotterdam- Zuid,
Daar stammen ook mijn vroegste herinneringen uit.
‘t Is daar waar ik de eerste jaren van de lagere school doorliep,
En belletje ging trekken in het geniep.

Ja, toen had je nog de ouderwetse trekbel,
Meestal van koper en hij klonk zo lekker fel.
Ik snap niet dat dat ding verdwenen is,
Met die drukbellen is er meestal iets mis.

Als ie niet kapot is, dat stuk verdriet,
Dan hoor je ‘m meestijds gewoonweg niet.
Enfin, een trekbel hadden we toen allemaal,
Een ruk, en je had een hoop kabaal.

Je wist dan tenminste dat er iemand voor de deur stond,
Nu kan het gebeuren dat er iemand voor niets komt.
Ook hadden we vroeger allemaal,
Geen gang, maar een overloop of een portaal.

In Crooswijk heb ik dat nooit gezien,
Of toch, bij mijn oma misschien.
Zij woonde in de Rubroekstraat,
In dat deel wat nu niet meer bestaat.

Aan de overkant zat een keldertje waar men koekkruimels verkocht,
Ik weet nog dat ik altijd zo’n grote bruine puntzak van haar mocht.
Dit was de oma die de moeder van mijn vader was,
Toen zij stierf zat ik nog in de kleuterklas.

De eerste keer dat ik geconfronteerd werd met een dierbaar iemand die ik moest missen,
Een herinnering die niet meer was uit te wissen.
Maar behalve mijn vader had ze nog een zoon,
Dat was dus mijn oom.

Hij heette ome Leen,
Ook hij ging jaren geleden al heen.
Een veel gebezigde uitspraak van hem was:”die ligt op Crooswijk.”
Hij zelf niet, ik dacht op Hofwijk.

Inmiddels liggen wel mijn beide ouders er begraven,
En ‘t is dit kerkhof waar wij ons deze week naar toe begaven.
Er ging nu een zuster van mijn moeder heen,
Ze had er negen maar heeft er bijna nog maar één.

Ik vraag mezelf af waar ik mijn laatste rustplaats vinden zal,
Maar eigenlijk weet ik het al.
Eens een Crooswijker, altijd een Crooswijker,

Van de wieg tot het graf,
Als je eenmaal een Crooswijker ben kom je er nooit meer van af.

Wat eten we vandaag

Thursday, November 9th, 2006

Wat eten wij vandaag?
Dat is me verdorie ook een vraag.

Als het rund geen gekke-koeieziekte heeft,
En het varken niet onder mond- en klauwzeer leeft.

Dan is het de kip die ons nog rest,
Tja, maar die heeft nu even de vogelpest.
Ik vind het allemaal wel best.

Vroeger aten we uit de schijf van vijf,
Dat was gezond voor leden en lijf.

Het is lijkt me, nu verstandiger als je van die ene schijf,
Gewoon even afblijf.

Dan maar een schijf van vier,
Totdat iemand roept:” wat hebben we hier?

Dan blijkt er graankoorts te zijn ontstaan,
En eten wij voortaan,
Ook geen graan.

Dat wordt dan geen boterhammetje bij lunch of ontbijtje,
En het was al zo kaal zonder dat eitje.

Die had je al van je menu’tje geschrapt,
Omdat ie op salmonella was betrapt.

Ik vind het allemaal wel goed hoor,
Ik eet gewoon lekker door.

Mij een biet allemaal,
Of is die biet tegenwoordig ook al fataal?

Jeetje wat heb ik opeens een trek,
In bietjes met gebakken spek
Smekkerdiesmek zei de lekkerbek.

Ik denk wel dat ik weet,
Wat ik vanavond eet!!!!!

Dag boer

Thursday, November 9th, 2006

DAG BOER.”

Toen ik nog in de schoolbanken zat,
Leerden wij dat Nederland veel koeien had.
Want wie kreeg het niet mee,
“Nederland is beroemd om zijn rood- en zwartbonte vee.�
De koe was onze nationale trots,
Daarom vind ik het zoiets zots,
Dat ik nu heb vernomen,
Hier gaat binnenkort een einde aan komen.
Nog maar een enkele boerenzoon,
Wil werken voor het boerenloon.

Hoe vet hij zijn varkens ook mest,
Ze krijgen toch de pest.
Het is begrijpelijk dat deze groep,
De pest krijgt aan dit beroep.

Want op het boerenland,
Is tegenwoordig altijd wel iets aan de hand.
Dit is niet positief bedoeld, allicht,
Dat heeft u kunnen lezen in mijn vorige gedicht.

De boer boert niet zo goed meer,
Hij wordt door onheil getroffen, keer op keer.
Ik vrees dat ook dit een uitstervend beroep aan het worden is,
Wederom binnenkort net als de gulden, een stukje geschiedenis.

Zeg het met voedsel

Thursday, November 9th, 2006

Vandaag heb ik voor u een persiflage op: “Zeg het met bloemen en dat is zoals u hierboven al zag:�Zeg het met voedsel.�

Zo blijkt dat het brood en de appel rijkelijk vertegenwoordigd zijn in onze spreekwoorden en gezegdes, en ook het zout neemt een groot onderdeel van onze spreekwoorden in beslag.

Dus wil ik u er eerst enkele laten zien met de APPEL.

1. De appel valt niet ver van de stam.
2. Een appeltje voor de dorst.
3. Nog een appeltje met iemand te schillen hebben.
4. Voor een appel en een ei.
5. Appels met peren vergelijken.

HET BROOD.

1. Dat krijg je toch maar mooi op je boterham.
2. Geen droog brood verdienen.
3. Brood op de plank.
4. Het kaas niet van je brood laten eten.
5. Broodnodig

HET ZOUT.

1. Het zout in de pap.
2. Zo zout heb ik het nog nooit gegeten.
3. Iemand met een korreltje zout nemen.

DAN HEBBEN WE DE GROENTES NOG

1. De rapen zijn gaar.
2. Zo rood als een biet.
3. Wat een rare snijboon
4. Die is in de bonen.
5. Wat een eigenheimer. De aardappel.

VAN HET BANKET.

1. Een koekje van eigen deeg.
2. Wat een gebakkie.

DE VIS.

1. Boter bij de vis.
2. Zo glad als een aal.
3. Zo rood als een kreeft.
4. De vis wordt duur betaald.
5. Het is vlees noch vis.

Dat zijn ze wel zo’n beetje die ik over eten weet te verzinnen.
Wellicht weet u er zelf nog meer?
In dat geval zou ik het leuk vinden indien u deze plaatst in dit forum maar er moet wel echt eten in voor komen, dus niet alleen over voedsel gaan zoals: de hond in de pot vinden, daarbij weet je dat het over voedsel gaat maar je hoort het niet (en je vindt het niet).
Verder zou ik zeggen:� tot de volgende keer�

Verloren

Thursday, November 9th, 2006

Naarmate er meerdere jaren tot je leeftijd behoren,
Zul je steeds meer vrienden, kennissen en familieleden hebben verloren.
Maar daar hoef je jezelf voorlopig niet aan te storen,
wanneer je nog nat bent achter de oren.

Prinses Juliana

Thursday, November 9th, 2006

Ooit was u onze koningin,
En zorgde voor een groot gezin.

Uw eenvoud sprak ons allen aan,
Nu bent u heen gegaan.

Maar u leeft voort in het hart van velen,
Zodat we het verdriet een beetje delen.

En zoals men zegt:” gedeelde smart is halve smart.
Maar een nieuwe versie die ik hoorde luidde:
” Gedeelde smart is dubbele smart,”
Wellicht ook waar maar zeer apart

U stond nog op de Hollandse munt,
Toen de gulden nog bestond.
En o, droevenis,
Ook u bent nu geschiedenis.
Net als die oude vertrouwde piek,
Geliefd bij het grote publiek.

Niet alleen in ons land hebben wij u in ons hart gesloten,
Maar bijna de hele wereld heeft van uw eenvoud genoten.
Wat maar bewijst dat een koningin niet boven haar volk hoeft te staan,
Zij mag best gelijk zijn aan haar onderdaan.

Want gelijkheid, daar komt het op aan!

Tijd

Thursday, November 9th, 2006

Ik lijd,
Constant gebrek aan tijd.
Zo heb ik een uur en zo ben ik ‘m kwijt,
Met een dag gaat het net zo tot mijn spijt.

Niets doen

Thursday, November 9th, 2006

Héérlijk even niets doen,
Niet te hoeven werken voor je poen.
Wanneer ik even onder uit zak,
En een koele limonade pak,
Mijmer ik weg met de vraag:’’ stel dat ik dit altijd kon,
Alleen maar genieten van de zon.

Al snel zie ik dan allerlei bezwaren,
En ik weet:” een moment als dit,moet ik als een luxe bewaren.”
Want zou ik altijd alleen maar kunnen luieren in de zon,
‘k Weet zeker dat ik er dan niet meer zo van genieten kon.
Het werd dan iets doodgewoons en alledaags,
De luxe ervan werd iets vaags.
Dus bewaar ik het maar voor speciale momenten,
De rest van de tijd zal ik werken voor mijn centen.
Ach, die centen moeten natuurlijk euro’s zijn,
Kijk dát doet nog altijd een beetje pijn.

Lentezon

Thursday, November 9th, 2006

In de zon,
Op mijn balkon,
Een vloer van beton.
De dag die vroeg begon,
Wasgoed dat snel van de lijn kon.
Alle buitenklusjes die ik verzon,
Het bruine kleurtje dat ik verwon.
In de zon,
Die zalige warme, licht en vitaminebron,
Verwarmt mij dwars door mijn japon.
O, heerlijke verrukkelijke lentezon,
Voor de regen even geen pardon,
Omdat het lentezonnetje het dit keer won.