Het verlies.

December 21st, 2008

Elke kat,
Die ik ooit had,
En heb verloren,
Nu tot het verleden behoren,
Deed mij verdriet,
Maar dat valt in het niet,
Bij het overlijden van Herman,
Alsof ik een nachtmerrie had waar ik niet meer uit bijkwam.
Helaas is het echt gebeurd,
En alles wat me nu een beetje opbeurt
Duurt steeds maar even,
Steeds vraag ik me af:” waarom is ie niet meer in leven.”
Zovele herinneringen komen boven,
Die niet meer te stoppen zijn of te doven.
Het moet er nu maar uit,
Ook al is dit geen mooi geluid.

Het regent geen zonnestralen meer

April 7th, 2008

Onze Herman was een man die eigenlijk nooit won,
De ziekte van hem werd een wedstrijd die hij niet winnen kon.
Een nieuwe kans zat er voor hem niet meer in,
Zijn leven kreeg juist weer een beetje zin,
Hij stond voor een nieuw begin.
Helaas heeft hij het niet af kunnen maken,
Want de dood heeft daar niets mee te maken.
Die vond het gewoon de hoogste tijd,
Dus wij, zijn familie en vrienden zijn ‘m kwijt.
Dus niets Herman in de zon op een terras,
Het is straks Herman in de zon onder het gras.

Madeliefjes

March 9th, 2008

Ik weet niet waar ze geleven zijn,
De billbaords vol troep met als tekst: dit doet pijn.”
Oke, troep is geen leuk gezicht al goed,l
Maar als je vraagt wat echt pijn doet….
En dan alleen even over Rotterdam,
Dan is het dat de hele stad open ligt,
Zeg nou zelf, da’s pas echt geen gezicht.
En nog knap lastig bovendien,
Kunt u er nog normaal lopen misschien?
Maar een paar maanden geleden was ik even verrukt,
Er waren madeliefjes geplakt op de muur v/h viaduct.
Ik was behoorlijk verrast,
Wat een aangenaam contrast.
Tussen de bouwputtensleur,
Had ik opeens een goed humeur.
Madeliefjes staan altijd zo lekker fris,
Jammer dat het al zo snel verdwenen is.
Al snel hingen de flarden plakplastic er losjes bij,
Maar er hingen nog wat banen dus was ik nog een beetje blij.
Tja elke morgen wanneer ik er langs reed waren er meer weg,
En nu is het al maanden een saaie grijze muur, wat een pech.
Toch was het eventjes een gezellige muur,
Zoiets is toch gezellig en niet duur.
Ik vond het een geweldig idee,
Daar maak je een mens zowaar vrolijk mee.
Of wie weet was ik wel de enige die ervan genoot,
Hoe dan ook mijn dank is groot,
Voor degene die dit ideetje aan bood.

Duifjes

February 24th, 2007

Ik droom van miljoenen vredesduifjes,

Allen met kleine blauwe kuifjes.

Zij vliegen overal in het rond,

En vertonen zij zich ergens aan het front,

Dan zal het wapengekletter zijn verstomd.

Soldaten laten hun wapens staan,

Raken het daarna ook nooit meer aan.

Presidenten staakten hun betoog,

Wanneer er maar 1 zo”n duifje overvloog.

Ook bij ruzie tussen kinderen,

Weten de duifjes dit te verhinderen.

Eigenwijsheden

February 24th, 2007

Wat is in het leven de grootste kunst?

Nooit iemand te hoeven vragen om een gunst. 

Druk, druk druk!

February 11th, 2007

Mensen helpen is een roeping,

‘t Is Jammer wanneer men daarin tekort schiet,

Als ik zie hoe het er de afgelopen maanden aan toe ging,

Dacht ik soms:’Ik red het niet.’

Gelukkig kwam het meeste voor elkaar,

Alleen maar, maar……

Vaak zo druk en dan vergeten,

Om mijn boterhammetjes te eten.

Daarom denk ik:’ eventjes gas terug,

Een burn- out heb je maar al te vlug.”

Nu eventjes aan mezelf gaan denken,

Aandacht aan de signalen van mijn lichaam schenken.

Niemand is ermee gebaat,

Wanneer het straks met mij fout gaat.

 

Wanneer

November 9th, 2006

Wanneer koeien niet meer loeien,
Er geen margrietjes meer bloeien,
Dan wordt het leven saai.

Als kinderen niet meer spelen,
Merels niet meer kwelen,
En violisten niet meer strelen,
Dan gaat het leven snel vervelen.

Maar uit de radio klinken nog steeds mooie melodieën,
Gecomponeerd door vele genieën.
Al dan niet van een pakkende tekst voorzien,
Behorend tot de top-100 aller tijden of de top-10.

Dat soort dingen maken het leven de moeite waard,
Zo ook die ene leuke wenskaart.
Ze geven het leven toch wat fleur,
Toch iets waar ik een beetje van opbeur.

En zo zijn er tal van dingen,
Die een mens doen zingen.
Iets wat je toch alleen doet wanneer je vrolijk bent,
Maar misschien dat u wel een zingende chagrijn kent?

Crooswijk

November 9th, 2006

Crooswijk

Dit wordt een echt Crooswijks bericht,
In dit deel van Rotterdam aanschouwde ik voor het eerst het levenslicht.
Daar heeft mijn wiegje gestaan,
Maar mijn ouders namen al snel de laan.

Zij verhuisden met mij en m’n broertjes naar Rotterdam- Zuid,
Daar stammen ook mijn vroegste herinneringen uit.
‘t Is daar waar ik de eerste jaren van de lagere school doorliep,
En belletje ging trekken in het geniep.

Ja, toen had je nog de ouderwetse trekbel,
Meestal van koper en hij klonk zo lekker fel.
Ik snap niet dat dat ding verdwenen is,
Met die drukbellen is er meestal iets mis.

Als ie niet kapot is, dat stuk verdriet,
Dan hoor je ‘m meestijds gewoonweg niet.
Enfin, een trekbel hadden we toen allemaal,
Een ruk, en je had een hoop kabaal.

Je wist dan tenminste dat er iemand voor de deur stond,
Nu kan het gebeuren dat er iemand voor niets komt.
Ook hadden we vroeger allemaal,
Geen gang, maar een overloop of een portaal.

In Crooswijk heb ik dat nooit gezien,
Of toch, bij mijn oma misschien.
Zij woonde in de Rubroekstraat,
In dat deel wat nu niet meer bestaat.

Aan de overkant zat een keldertje waar men koekkruimels verkocht,
Ik weet nog dat ik altijd zo’n grote bruine puntzak van haar mocht.
Dit was de oma die de moeder van mijn vader was,
Toen zij stierf zat ik nog in de kleuterklas.

De eerste keer dat ik geconfronteerd werd met een dierbaar iemand die ik moest missen,
Een herinnering die niet meer was uit te wissen.
Maar behalve mijn vader had ze nog een zoon,
Dat was dus mijn oom.

Hij heette ome Leen,
Ook hij ging jaren geleden al heen.
Een veel gebezigde uitspraak van hem was:”die ligt op Crooswijk.”
Hij zelf niet, ik dacht op Hofwijk.

Inmiddels liggen wel mijn beide ouders er begraven,
En ‘t is dit kerkhof waar wij ons deze week naar toe begaven.
Er ging nu een zuster van mijn moeder heen,
Ze had er negen maar heeft er bijna nog maar één.

Ik vraag mezelf af waar ik mijn laatste rustplaats vinden zal,
Maar eigenlijk weet ik het al.
Eens een Crooswijker, altijd een Crooswijker,

Van de wieg tot het graf,
Als je eenmaal een Crooswijker ben kom je er nooit meer van af.

Wat eten we vandaag

November 9th, 2006

Wat eten wij vandaag?
Dat is me verdorie ook een vraag.

Als het rund geen gekke-koeieziekte heeft,
En het varken niet onder mond- en klauwzeer leeft.

Dan is het de kip die ons nog rest,
Tja, maar die heeft nu even de vogelpest.
Ik vind het allemaal wel best.

Vroeger aten we uit de schijf van vijf,
Dat was gezond voor leden en lijf.

Het is lijkt me, nu verstandiger als je van die ene schijf,
Gewoon even afblijf.

Dan maar een schijf van vier,
Totdat iemand roept:” wat hebben we hier?

Dan blijkt er graankoorts te zijn ontstaan,
En eten wij voortaan,
Ook geen graan.

Dat wordt dan geen boterhammetje bij lunch of ontbijtje,
En het was al zo kaal zonder dat eitje.

Die had je al van je menu’tje geschrapt,
Omdat ie op salmonella was betrapt.

Ik vind het allemaal wel goed hoor,
Ik eet gewoon lekker door.

Mij een biet allemaal,
Of is die biet tegenwoordig ook al fataal?

Jeetje wat heb ik opeens een trek,
In bietjes met gebakken spek
Smekkerdiesmek zei de lekkerbek.

Ik denk wel dat ik weet,
Wat ik vanavond eet!!!!!

Dag boer

November 9th, 2006

DAG BOER.”

Toen ik nog in de schoolbanken zat,
Leerden wij dat Nederland veel koeien had.
Want wie kreeg het niet mee,
“Nederland is beroemd om zijn rood- en zwartbonte vee.�
De koe was onze nationale trots,
Daarom vind ik het zoiets zots,
Dat ik nu heb vernomen,
Hier gaat binnenkort een einde aan komen.
Nog maar een enkele boerenzoon,
Wil werken voor het boerenloon.

Hoe vet hij zijn varkens ook mest,
Ze krijgen toch de pest.
Het is begrijpelijk dat deze groep,
De pest krijgt aan dit beroep.

Want op het boerenland,
Is tegenwoordig altijd wel iets aan de hand.
Dit is niet positief bedoeld, allicht,
Dat heeft u kunnen lezen in mijn vorige gedicht.

De boer boert niet zo goed meer,
Hij wordt door onheil getroffen, keer op keer.
Ik vrees dat ook dit een uitstervend beroep aan het worden is,
Wederom binnenkort net als de gulden, een stukje geschiedenis.