Regen en nog eens regen.

Door de vele hoosbuien van de afgelopen tijd,
Zagen we hoe het onkruid welig gedijd.
De vreemdste plantsoorten schoten uit de grond,
Verbazingwekkend wat een overvloed ik aan planten vond.

Je gelooft je ogen gewoonweg niet,
Als je die bloemenweelde ziet.

Zoals je soms in docu ‘s ziet over een woestijn,
Waar het normaal kurkdroog zal zijn.
Dan is daar plots een moesson,
En groeien er dingen wat eerst niet kon.

Het overtreft mijn stoutste dromen,
Alsof er ieder jaar nieuwe soorten bijkomen.
En dan heb ik het niet eens over de paddenstoelen gehad,
Die echter niets te maken hebben met een pad.

This entry was posted in Gedichten. Bookmark the permalink.