Crooswijk

Crooswijk

Dit wordt een echt Crooswijks bericht,
In dit deel van Rotterdam aanschouwde ik voor het eerst het levenslicht.
Daar heeft mijn wiegje gestaan,
Maar mijn ouders namen al snel de laan.

Zij verhuisden met mij en m’n broertjes naar Rotterdam- Zuid,
Daar stammen ook mijn vroegste herinneringen uit.
’t Is daar waar ik de eerste jaren van de lagere school doorliep,
En belletje ging trekken in het geniep.

Ja, toen had je nog de ouderwetse trekbel,
Meestal van koper en hij klonk zo lekker fel.
Ik snap niet dat dat ding verdwenen is,
Met die drukbellen is er meestal iets mis.

Als ie niet kapot is, dat stuk verdriet,
Dan hoor je ‘m meestijds gewoonweg niet.
Enfin, een trekbel hadden we toen allemaal,
Een ruk, en je had een hoop kabaal.

Je wist dan tenminste dat er iemand voor de deur stond,
Nu kan het gebeuren dat er iemand voor niets komt.
Ook hadden we vroeger allemaal,
Geen gang, maar een overloop of een portaal.

In Crooswijk heb ik dat nooit gezien,
Of toch, bij mijn oma misschien.
Zij woonde in de Rubroekstraat,
In dat deel wat nu niet meer bestaat.

Aan de overkant zat een keldertje waar men koekkruimels verkocht,
Ik weet nog dat ik altijd zo’n grote bruine puntzak van haar mocht.
Dit was de oma die de moeder van mijn vader was,
Toen zij stierf zat ik nog in de kleuterklas.

De eerste keer dat ik geconfronteerd werd met een dierbaar iemand die ik moest missen,
Een herinnering die niet meer was uit te wissen.
Maar behalve mijn vader had ze nog een zoon,
Dat was dus mijn oom.

Hij heette ome Leen,
Ook hij ging jaren geleden al heen.
Een veel gebezigde uitspraak van hem was:”die ligt op Crooswijk.”
Hij zelf niet, ik dacht op Hofwijk.

Inmiddels liggen wel mijn beide ouders er begraven,
En ’t is dit kerkhof waar wij ons deze week naar toe begaven.
Er ging nu een zuster van mijn moeder heen,
Ze had er negen maar heeft er bijna nog maar één.

Ik vraag mezelf af waar ik mijn laatste rustplaats vinden zal,
Maar eigenlijk weet ik het al.
Eens een Crooswijker, altijd een Crooswijker,

Van de wieg tot het graf,
Als je eenmaal een Crooswijker ben kom je er nooit meer van af.

Dit bericht is geplaatst in Gedichten. Bookmark de permalink.

Geef een reactie