DE GOEDE FEE.

ER WAS EENS EEN GOEDE FEE,
ZE HAD GEEN GELD MAAR WEL T.V.
DAAROP ZAG ZE STEEDS LEKKERE HAPJES,
ZIJ HAD HET GELD NIET VOOR DEZE GRAPJES.
TOTDAT ZE OP EEN DAG BEDACHT,
IK HEB GELOOF IK TOVERKRACHT.
WANNEER ZE MAAR ERGENS AAN DACHT,
WERD HET HAAR MEESTAL WEL GEBRACHT.
VANAF TOEN HAD ZE NOOIT MEER HONGER OF NOOD,
ZE LEEFDE NOG LANG EN GELUKKIG TOT AAN HAAR DOOD.

Dit bericht is geplaatst in Gedichten. Bookmark de permalink.