Pluis

Het was niet pluis,
In het huis,
Van Plluis.
Zijn vrouwtje en baasje waren met vakantie,
Dat viel niet mee voor Pluizemansie.
Alleen in dat grote huis,
De poezenoppas kwam gelukkig weleens bij hem thuis.
Beter ging het dan met Pluis.

Helaas ging de oppas ook wel weer weg,
Dan had Pluis dikke pech

Toen het vrouwtje en het baasje weer thuis zijn gekomen,
Heeft ie het er flink van genomen.
Nooit eerder heb ik ‘m zo hard zien rennen,
Het geluid van hun auto wist ie van kilometers te herkennen.
Zeker toen zijn vrouwtje op de oprit stond,
Kwam er een luid miaaaauw uit zijn mond.
Alles was toen weer goed met Pluis,
Hij was niet meer alleen in dat grote huis

Dit bericht is geplaatst in Gedichten. Bookmark de permalink.

Geef een reactie