Tachtig.

Wat is het leven mooi en prachtig,
Missschien word ik met gemak wel 80.
Dan sleep ik mezelf zo ’n beetje voort,
Ongehinderd en vooral ongestoord.
Genietend nog van alle dagen,
Dat mijn voeten mij nog willen dragen.
Reikhalzend naar ieder leuk evenement,
Dat doe je nu eenmaal als je een Rotterdammer bent.
Samen koffiedrinken in de stad,
Of genietend van een zakje patat.
Elke dag begroet ik met veel vreugd,
Intussen ben ik bezig met mijn 3e jeugd.

Dit bericht is geplaatst in Gedichten. Bookmark de permalink.