Weg.

Wat een pech,
De madeliefjes zijn weg.
Ik zag hoe iemand bezig was,
Met het maaien van het gras.
Net nog zag ik hoe er nog een groepje stond,
Om even later te worden gelijk gemaakt met de grond.
Zoiets hou je natuurlijk niet tegen,
Had natuurlijk opdracht van de gemeente gekregen.
Doch laat ik me niet van mijn pret beroven,
In een ommezien komen ze weer boven.
Zoals u weet vergaat onkruid niet,
Dit is een prachtig soort zoals u ziet.

U zult wel denken: ” waar ze zich mee bezig houdt,
Laten de recente aanslagen haar dan koud?’
Nee mensen, natuurlijk niet,
Maar ik bescherm mezelf tegen teveel verdriet.
Dus verdiep ik me maar in andere dingen,
En luister naar de vogels die nog steeds hun lied zingen.
Erger me wel aan het idee,
Het verdwijnen van het groot Nederlands dictee.
Daar doe ik het dan deze week maar weer mee.

Dit bericht is geplaatst in Gedichten. Bookmark de permalink.