Zeg het met voedsel

Vandaag heb ik voor u een persiflage op: “Zeg het met bloemen en dat is zoals u hierboven al zag:?Zeg het met voedsel.?

Zo blijkt dat het brood en de appel rijkelijk vertegenwoordigd zijn in onze spreekwoorden en gezegdes, en ook het zout neemt een groot onderdeel van onze spreekwoorden in beslag.

Dus wil ik u er eerst enkele laten zien met de APPEL.

1. De appel valt niet ver van de stam.
2. Een appeltje voor de dorst.
3. Nog een appeltje met iemand te schillen hebben.
4. Voor een appel en een ei.
5. Appels met peren vergelijken.

HET BROOD.

1. Dat krijg je toch maar mooi op je boterham.
2. Geen droog brood verdienen.
3. Brood op de plank.
4. Het kaas niet van je brood laten eten.
5. Broodnodig

HET ZOUT.

1. Het zout in de pap.
2. Zo zout heb ik het nog nooit gegeten.
3. Iemand met een korreltje zout nemen.

DAN HEBBEN WE DE GROENTES NOG

1. De rapen zijn gaar.
2. Zo rood als een biet.
3. Wat een rare snijboon
4. Die is in de bonen.
5. Wat een eigenheimer. De aardappel.

VAN HET BANKET.

1. Een koekje van eigen deeg.
2. Wat een gebakkie.

DE VIS.

1. Boter bij de vis.
2. Zo glad als een aal.
3. Zo rood als een kreeft.
4. De vis wordt duur betaald.
5. Het is vlees noch vis.

Dat zijn ze wel zo’n beetje die ik over eten weet te verzinnen.
Wellicht weet u er zelf nog meer?
In dat geval zou ik het leuk vinden indien u deze plaatst in dit forum maar er moet wel echt eten in voor komen, dus niet alleen over voedsel gaan zoals: de hond in de pot vinden, daarbij weet je dat het over voedsel gaat maar je hoort het niet (en je vindt het niet).
Verder zou ik zeggen:? tot de volgende keer?

Dit bericht is geplaatst in Gedichten. Bookmark de permalink.

Geef een reactie